Schoolreglement
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen
Artikel 1
Dit schoolreglement, met inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota worden door de directeur voorafgaand aan de eerste inschrijving van de leerling en nadien bij elke wijziging overhandigd aan de ouders, die ter instemming ondertekenen.
Artikel 2
Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:
1 Aangetekend : met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs;
2 Afsprakennota : het geheel van concrete afspraken die de werking van de school regelen;
3 Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde;
4 Extra-murosactiviteiten : activiteiten voor één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen;
5 Klassenraad : team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;
6 Leefeenheid : leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder of ouders (dus broers, zussen, halfbroers en halfzussen – zelfs als ze niet op hetzelfde adres wonen) en leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats (kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben);
7 Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling;
8 Leerlingengroep : een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt;
9 Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;
10 Pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald;
11 School : het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur;
12 Schoolbestuur : de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor sch(o)ol(en) van de gemeente Sint-Genesius-Rode nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
Hoofdstuk 2 Procedure van inschrijving - Schoolverandering
Artikel 4 Inschrijvingsperiode
§1 Nieuwe leerlingen :
Behoudens andere richtlijnen bepaalt de directeur de periode waarin nieuwe inschrijvingen kunnen plaatsvinden.
§2 Leerlingen die tot dezelfde leefeenheid behoren als een reeds ingeschreven leerling.
Het schoolbestuur bepaalt het tijdstip waarop of de periode waarin inschrijvingen van deze voorrangsgerechtigde leerlingen kunnen plaatsvinden. Voor het schooljaar 2012- 2013 loopt deze voorrangsperiode van dinsdag 1 februari 2012 tot en met vrijdag, 2 maart 2012 .
De ouders van alle leerlingen worden aangeschreven per brief.
§3 Schoolverandering
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.
§4 Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.
Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:
– de eerste schooldag na de zomervakantie;
– de eerste schooldag na de herfstvakantie;
– de eerste schooldag na de kerstvakantie;
– de eerste schooldag van februari;
– de eerste schooldag na de krokusvakantie;
– de eerste schooldag na de paasvakantie;
– de eerste schooldag na Hemelvaart.
§5 Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
1. Principe
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
-
het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,
-
voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;
-
beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolg in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.
Afwijkingen op het principe:
1. Een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest.
2. Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.
De gewijzigde bepalingen van artikel 4 § 5 gelden voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2010-2011 of later.
2. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.
Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.
Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.
In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.
Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.
Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.
Artikel 5 Vastleggen van verschillende criteria
§ 1 Het schoolbestuur legt volgende zaken vast :
- de maximumnormen inzake veiligheid, overschrijding van de capaciteit. Voor het schooljaar 2012-2013 zijn dit de volgende :
KS : onthaalklas : max. 44 leerlingen
1ste kleuterklas : max. 44 leerlingen
2de kleuterklas : max. 44 leerlingen
3de kleuterklas : max. 44 leerlingen
LS : 1ste leerjaar : max. 44 leerlingen
2de leerjaar : max. 44 leerlingen
3de leerjaar : max. 44 leerlingen
4de leerjaar : max. 66 leerlingen
5de leerjaar : max. 50 leerlingen
6de leerjaar : max. 44 leerlingen
Artikel 6 Voorrangsgerechtigde leerlingen
§1 Elke leerling die tot dezelfde leefeenheid behoort als een reeds ingeschreven leerling heeft, bij voorrang op alle andere nieuwe leerlingen, een recht op inschrijving in de school.
§2 De voorwaarden waaronder dit recht kan worden uitgeoefend, zijn de volgende :
-
bewijs leveren van hoofdverblijfplaats aan de hand van officiële documenten
Artikel 7 Verloop van de procedure
§ 1 Geen inschrijving
De leerling kan niet worden ingeschreven zolang de ouders het schoolreglement, met
inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota, niet hebben ondertekend.
§ 2 Inschrijving onder ontbindende voorwaarden.
Een leerling met attest buitengewoon onderwijs , uitgezonderd het type 8 , kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling.
§ 3 Definitieve inschrijving
Na ondertekening door de ouders van het schoolreglement, met inbegrip van het
pedagogisch project en de afsprakennota, wordt de leerling definitief ingeschreven,
voor zover de vastgelegde maximumnorm inzake veiligheid en capaciteit niet wordt overschreden. De ouders ondertekenen hiervoor het inschrijvingsregister.
§ 4 Weigering
Leerlingen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden dienen geweigerd te worden. Zie hiervoor art. 4 § 4 en § 5 , art. 5 en art. 25 §6.
De ouders ondertekenen hiervoor het aanmeldingsregister en ontvangen hiervan een schriftelijke bevestiging van de directeur.
De gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt binnen de 4 kalenderdagen meegedeeld aan de ouders door middel van een aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs.
De ouders kunnen een mondelinge toelichting van de beslissing vragen aan de directeur.
Elke belanghebbende kan, binnen de 30 kalenderdagen na de vastgestelde feiten, een schriftelijke klacht bij de Commissie inzake leerlingenrechten indienen tegen de weigeringsbeslissing. Deze Commissie doet uitspraak binnen de 5 kalenderdagen.
Hoofdstuk 3 Richtlijnen i.v.m. afwezigheden en te laat komen
Artikel 8 Afwezigheden
Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière .
§1 Kleuteronderwijs
Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan het secretariaat .. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.
§2 Lager onderwijs
1. Afwezigheid wegens ziekte :
Is een kind meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is steeds een medisch attest vereist. Dit attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo.
Als het enkel gaat om een consultatie (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), dan moet die zo veel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Wanneer een bepaald chronisch ziektebeeld leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine, …) kan na samenspraak tussen school en CLB één medisch attest die het ziektebeeld bevestigt volstaan. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders.
Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van de ouders. Dergelijk briefje kan evenwel slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is steeds een medisch attest vereist.
U verwittigt de school zo vlug mogelijk (bijv. telefonisch) en bezorgt ook het attest zo vlug mogelijk.
2. Van rechtswege gewettigde afwezigheden :
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
1. het bijwonen van een familieraad;
2. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
6. het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levens-beschouwelijke overtuiging van een leerling.
3. Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
1. het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad (het betreft hier niet de dag van de begrafenis);
2. het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties. Deze afwezigheid kan maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;
3. in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen voor maximaal vier al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.
4. Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
5. Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:
-
een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
-
een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
-
een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
-
een akkoord van de directie.
§3 De ouders melden de vermelde afwezigheden indien mogelijk ook telefonisch aan de directeur.
§4 Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder §2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.
In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB, dat kan voorzien in begeleiding voor de betrokken leerling in samenwerking met de school.
Artikel 9 Te laat komen
§1 Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.
Een leerplichtige leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep. Hij krijgt van de leraar/directeur een formulier dat door de ouders wordt ingevuld en de volgende schooldag aan de groepsleraar wordt afgegeven. Bij herhaaldelijk telaat komen contacteert de school de ouders . Ze maken hierover afspraken .
§2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor de einduren verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
Hoofdstuk 4 Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden
Artikel 10 Overmacht
§ 1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht.
Hieronder verstaat men een onvoorziene niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan.
§ 2 De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, schriftelijk op de hoogte.
Artikel 11 Pedagogische studiedagen
§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum anderhalve dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars.
§ 2 Deze studiedagen worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
Artikel 12 Staking
§ 1 In geval van staking zal de school zorgen voor het nodige toezicht op de leerlingen.
Enkel indien het niet mogelijk is om in voldoende toezicht te voorzien, zullen de lessen worden geschorst.
§ 2 De directeur brengt de ouders schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.
Artikel 13 Verkiezingen
§ 1 De lessen kunnen maximum één dag per schooljaar worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van de verkiezingen zijn gebruikt voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.
§2 De directeur brengt de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte.
Hoofdstuk 5 Bepalingen i.v.m. onderwijs aan huis
Artikel 14
§1 Het onderwijs aan huis is kosteloos.
§2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf wordt of ouder is dan vijf , heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien aan volgende voorwaarden gelijktijdig is vervuld :
- de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval;
- of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig
-
de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;
-
de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.
§3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis gebeurt door de ouders, bij brief of op het daartoe voorziene aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:
-
dat het kind langer dan eenentwintig kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;
-
de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
-
dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.
-
bij chronische zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens zes maanden zal duren.
§4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.
Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis voor vier lestijden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
§5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.
Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
§6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maand opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2e en 3e punt.
§7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.
Hoofdstuk 6 Afspraken i.v.m. huiswerk, agenda’s en rapporten en zittenblijvers
Artikel 15 Schoolagenda
In de kleutergroepen hebben de leerlingen een heen- en weerschrift.
Vanaf de eerste leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.
De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen- en weerschrift.
Artikel 16 Huiswerk
De huiswerken worden genoteerd in de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.
Artikel 17 Rapport
Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.
Artikel 18 Zittenblijven
§ 1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden is voldaan , nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake :
- de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennismaking van en toelichting
bij het advies van de klassenraad en het CLB;
- het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, mits gunstig advies van de
klassenraad en een advies van het CLB.
§ 2 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zitten-blijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad.
Hoofdstuk 7 De procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan worden ingediend tegen een beslissing van de klassenraad m.b.t. het getuigschrift basisonderwijs.
Artikel 19
Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, uitreiken.
Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en ten minste de helft van de leden van de klassenraad, de voorzitter van het schoolbestuur en de houd(st)er.
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, tenzij na een beroepsprocedure.
Artikel 20
De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien betrokkene bij het voltooien van het lager onderwijs voor elk van de voor hen voorziene leergebieden over het gehele schooljaar gemiddeld voldoende scoort. De punten van de leergebieden worden verkregen door de volgende verdeelsleutel te hanteren : 60 % van de punten komen van de summatieve toetsen (30 % bij Kerstmis en 30 % bij het einde van het jaar); 40 % van de punten komen van de periode- rapporten.
Artikel 21
Indien de regelmatige leerling voor één of twee leergebieden een onvoldoende scoort, beslist de klassenraad autonoom over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs. Deze beslissing is gemotiveerd. Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.
Artikel 22 Beroepsprocedure
§1 Indien aan de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend, kunnen de ouders uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, hun bezwaren kenbaar maken tijdens een persoonlijk onderhoud met de directeur.
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat de betrokkenen tekenen voor kennisneming.
Indien de ouders ofwel schriftelijk aan het einde van het onderhoud, ofwel aangetekend uiterlijk binnen de twee werkdagen na het onderhoud, aan de directeur meedelen dat zij hun bezwaren handhaven, kan de directeur de klassenraad onmiddellijk opnieuw samenroepen en wordt de betwiste beslissing opnieuw overwogen.
Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.
Indien de directeur de klassenraad niet bijeenroept op grond van de aangebrachte bezwaren, motiveert hij zijn beslissing en deelt het schoolbestuur deze onmiddellijk aangetekend mee aan de ouders.
§2 Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de directeur of van de nieuwe beslissing van de klassenraad, kunnen de ouders aangetekend een beroep instellen bij de daartoe ingerichte beroepscommissie. Deze beroepscommissie wordt aangesteld door het schoolbestuur. De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep. De beroepscommissie onderzoekt de klacht op grond van de gevolgde procedure en de ingebrachte motieven en bezwaren. Hiertoe leggen het schoolbestuur en de ouders onverwijld elk stuk voor dat zij opvraagt. Na beraadslaging geeft de beroepscommissie een gemotiveerd advies dat onmiddellijk aangetekend wordt verstuurd naar het schoolbestuur en de ouders.
§3 Binnen de vijf werkdagen na kennisname van het advies roept het schoolbestuur de klassenraad samen. Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders. Dit schrijven vermeldt dat deze beslissing van de klassenraad voor de Raad van State kan worden aangevochten.
§4 Indien de klassenraad gedurende de beroepsprocedure haar oorspronkelijke beslissing herziet om het getuigschrift basisonderwijs alsnog toe te kennen, motiveert hij zijn nieuwe beslissing.
§5 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
§6 De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.
Artikel 23
Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen van de directeur een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.
Hoofdstuk 8 Orde- en tuchtreglement van de leerlingen met inbegrip van de
interne beroepsmogelijkheden
Artikel 24 Ordemaatregelen
§1 Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.
§2 Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:
-
een mondelinge opmerking;
-
een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
-
een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.
Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbaar gedrag van de leerling aangepaste maatregel wordt genomen.
Deze ordemaatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.
§3 Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:
-
een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
-
de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;
-
een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.
§4 Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt. Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord. Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
§5 De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgend op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling uit de leerlingengroep, waartoe hij behoort, verwijderd. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.
§6 Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.
Artikel 25
Tuchtmaatregelen voor de leerlingen van de lagere school :
§1 Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
§2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling:
-
het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
-
de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
-
ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
-
niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
-
de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantasten;
-
de instelling materiële schade toebrengt.
§3 Tuchtmaatregelen zijn:
-
de schorsing.
Een schorsing betekent dat een leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht. -
de uitsluiting.
Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperioden niet inbegrepen) na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.
§4 Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolgd.
§5 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling moet afzonderlijk worden behandeld.
§6 De inrichtende macht kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
Artikel 26 Tuchtprocedure
§1 Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.
§2 Hij volgt daarbij volgende procedure:
1 Hij vraagt advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.
De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.
Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten, deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.
Deze beslissing en het gemotiveerd advies worden binnen de drie werkdagen na de bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.
In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.
2 De ouders en de leerling kunnen vóór het onderhoud kennis nemen van het tuchtdossier in het bureau van de directeur na afspraak.
Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat wordt ondertekend voor kennisneming.
3 Het onderhoud tussen de directeur, de ouders en de leerling gebeurt enkel op basis van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf zijn bekendgemaakt en/of die geen deel uitmaken van het tuchtdossier.
4 Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.
5 Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de tien werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.
§3 De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen is verstreken of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.
§4 Bij een definitieve uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden bijgestaan door de directeur of door het CLB.
Het tuchtdossier kan niet worden overgedragen aan een andere school.
§5 Tijdens de procedure kunnen de ouders zich laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
Artikel 27 Tuchtdossier
§1 Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.
§2 Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
-
de gedragingen zoals omschreven in artikel 25, §2;
-
de reeds genomen ordemaatregelen;
-
de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
-
de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
-
het gemotiveerd advies van de klassenraad;
-
het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.
Hoofdstuk 9 Geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning
Artikel 28
§1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelings-doelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
§2 Om de bijdragen van de ouders inzake niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
§3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
§4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
1° Deze mededelingen kennelijk verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.
2° Deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
§6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
Hoofdstuk 10 Bijdrageregeling
Artikel 29
§1 Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt evenmin een bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven. De school houdt zich aan de lijst van materialen van het ministerie van onderwijs.
§2 Het schoolbestuur kan een bijdrage vragen voor onderwijsgebonden kosten, gemaakt tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen, wanneer deze niet noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven, maar tot doel hebben deze te verlevendigen.
Het totaal van de bijdragen kan per schooljaar per kleuter maximaal 20 euro en voor elk leerling lager onderwijs maximaal 60 euro bedragen. De bedragen zijn onderworpen aan een indexregeling vanaf schooljaar 2011-2012.
§3 Meerdaagse extra murosactiviteiten.
Zowel het principe van het inrichten van meerdaagse extra murosactiviteiten als
de bijdrage van de ouders hiervoor is voorwerp van onderhandeling in de schoolraad.
Dergelijke activiteiten zijn niet toegestaan in het kleuteronderwijs indien er hiervoor
een financiële bijdrage van de ouders wordt gevraagd .
In het lager onderwijs mag de totale kostprijs over de ganse duur van het lager niet
meer dan 360 euro bedragen. Dit bedrag is onderworpen aan een indexregeling vanaf
schooljaar 2011-2012.
§4 Persoonlijke uitgaven zijn facultatief en vallen ten laste van de gebruiker.
Het kan gaan om uitgaven voor:
-
leerlingenvervoer;
-
vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);
-
voor- en naschoolse opvang;
-
middagtoezicht;
-
maaltijden en dranken;
-
abonnementen voor tijdschriften;
-
nieuwjaarsbrieven;
-
klasfoto’s;
-
steunacties.
§5 Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad:
-
het maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten;
-
de tarieven van de vaste uitgaven;
-
de modaliteiten en de periodiciteit van betaling.
Deze informatie wordt bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.
§6 Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:
-
spreiding van betaling;
-
uitstel van betaling;
-
…
§7 In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrageregeling richt men zich tot de directeur.
Hoofdstuk 11 Leerlingenraad
Artikel 30
De leerlingenraad wordt via verkiezingen samengesteld.
Hoofdstuk 12 Algemeen rookverbod
Artikel 31
Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de
gebouwen
als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten. Ook voor activiteiten
buiten de schooluren.
Bij overtreding van deze bepaling :
-
zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement .
-
zullen ouders en/of bezoekers worden verzocht te stoppen met roken of het schoolterrein te verlaten .
Hoofdstuk 13 Privacy
Artikel 32 Algemeen
Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.
Artikel 33 Gebruik van verborgen camera’s
De school gebruikt geen verborgen camera’s, tenzij met het oog op het vastleggen van
feiten of handelingen die schade toebrengen aan personen of zaken binnen de
instelling. Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en
handelingen. Het moet gaan over feiten en handelingen die niet op een andere wijze
kunnen worden vastgesteld.
Artikel 34 Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor toepassing
van een wettelijke of reglementaire bepaling.
Artikel 35 Afbeeldingen van personen
De school maakt in de loop van het schooljaar foto’s en video-opnames van leerlingen tijdens verschillende evenementen . Die gebruiken we voor onze schoolwebsite en we illustreren er publicaties mee . Door het schoolreglement te ondertekenen, geeft u stilzwijgend toestemming om niet-geposeerde, spontane foto’s en sfeerbeelden te maken en te publiceren . Voor gerichte foto’s hebben we volgens de privacywet uw expliciete toestemming nodig . Het gaat om geposeerde , individuele foto’s en geposeerde groeps- en klasfoto’s . U zult een blaadje krijgen waarin we uw
toestemming zullen vragen om soortgelijk materiaal te gebruiken
Als U zich in de loop van het schooljaar bedenkt en u vraagt om bepaalde beelden toch te verwijderen, dan geven we daar onmiddellijk gevolg aan . Mail of schrijf ons daarvoor . Volgens art. 10 en 12 van de privacywet heeft u immers recht op toegang, verbetering en verzet wanneer het gaat om uw persoonsgegevens . Dat geldt overigens ook voor niet-gerichte beelden
Hoofdstuk 14 Grensoverschrijdend gedrag
Artikel 36
§ 1 Het schoolbestuur heeft zowel een preventieadviseur psycho-sociale belasting als
Een vertrouwenspersoon aangesteld die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen
Van klachten over grensoverschrijdend gedrag binnen de school.
§ 2 Hun namen en functies worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start
van het schooljaar.
Hoofdstuk 15 Overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier
Artikel 37
§ 1 Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB. Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t. de leerling.
§ 2 Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier in geval van schoolverandering.
§ 3 In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.
§ 4 In geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.
§ 5 De betrokken ouders of de leerling ouder van 12 jaar waarvan vermoed wordt dat hij in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 10 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.
§ 6 In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet. Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.
Hoofdstuk 16 Deelname aan extra-murosactiviteiten
Artikel 38
De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde extra-murosactiviteiten. In geval van niet-deelname weigeren de ouders schriftelijk door deze weigering te noteren in het heen- en weer-schriftje of de schoolagenda aan de directeur, die in dit geval zorgt voor aangepaste opvang.
Activiteiten die volledig buiten de schooluren vallen, vallen hier niet onder, bijvoorbeeld een sportactiviteit op woensdagnamiddag of tijdens vakanties.
Hoofdstuk 17 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken
Artikel 39
§1 Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs bepalen de ouders, bij ondertekende verklaring :
- dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;
- dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.
De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.
§2 In de kleuterschool wordt geen godsdienst-zedenleer keuze gemaakt tenzij voor die kleuters die verplicht één jaar langer in het kleuteronderwijs verblijven omdat ze niet aan alle toelatingsvoorwaarden lager onderwijs voldoen. De ouders kunnen in dit geval een keuze godsdienst of zedenleer maken. Ze kunnen hun kleuter deze lessen laten bijwonen in onze lagere school (of in school….).
Hoofdstuk 18 Vrijstelling wegens een bepaalde handicap
Artikel 40
Leerlingen met een handicap die gewoon lager onderwijs volgen, maar omwille van hun handicap bepaalde leergebieden of onderdelen ervan niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende activiteiten volgen.
De klassenraad beslist, in overleg met het integratieteam, autonoom over de vervangende lessen en activiteiten.
Hoofdstuk 19 Klachtenprocedure
Artikel 41
§1 Elke ouder kan naar aanleiding van schoolgerelateerde beslissingen of feiten een
klacht indienen bij de directeur, op voorwaarde dat er geen specifieke
klachtenprocedure is voorzien. Deze klacht wordt schriftelijk en op gemotiveerde
wijze ingediend uiterlijk binnen de zeven kalenderdagen na kennisneming van de
beslissingen of feiten. De directeur doet een schriftelijke ontvangstmelding van de
klacht binnen de tien kalenderdagen na ontvangst.
§2 Vooraleer verder te gaan met de procedure onderneemt de directeur een
bemiddelingspoging met alle betrokkenen. Deze bemiddeling kan bestaan uit een
overleg tussen de betrokken ouder(s) en de bevoegde perso(o)n(en), al dan niet in
aanwezigheid van de directeur.
Als dit overleg niets oplevert, stuurt de directeur de klacht door naar het
schoolbestuur. Hij doet dit binnen de tien kalenderdagen na de ontvangst van de
klacht.
§3 Het schoolbestuur kan het dossier opvragen en/of inlichtingen inwinnen (indien
niet in eigen bezit) bij de betrokken school binnen de tien dagen na ontvangst van de
klacht.
Het schoolbestuur maakt hiervan in voorkomend geval melding aan de betrokken
ouder(s).
§4 Het schoolbestuur behandelt de klacht niet indien de klacht kennelijk ongegrond is
of de ouder geen belang heeft. Als de klacht niet in behandeling wordt genomen,
wordt de ouder daarvan ongewijzigd schriftelijk in kennis gesteld. De weigering om
een klacht te behandelen, wordt gemotiveerd.
§5 Het schoolbestuur neemt na onderzoek een gemotiveerde beslissing. Deze
beslissing wordt binnen de tien kalenderdagen schriftelijk meegedeeld aan de
betrokkenen. Desgevallend doet het schoolbestuur betekening van het besluit waarbij
de oorspronkelijke beslissing wordt ingetrokken of hervormd. Deze betekening
gebeurt binnen de tien dagen na het nemen ervan.
§6 Indien de behandeling van de klacht meerdere weken of maanden in beslag neemt,
informeert de directeur regelmatig de betrokken ouder(s) over de stand van het
dossier, en dit minstens om de drie maanden.
§7 De klachtenprocedure schorst de beslissingen waartegen klacht wordt ingediend
niet op.
Hoofdstuk 20 Engagementsverklaring
Artikel 42
§ 1 Oudercontacten
De ouder(s) woont (wonen)de oudercontacten bij. De school organiseert daartoe op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen. Via de afsprakennota (infobrochure) vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.
§ 2 Voldoende aanwezigheid
De ouders sturen hun kind elke schooldag en op tijd naar school, dit verhoogt de kansen op schoolse successen. Zij respecteren de afspraken zoals die opgenomen zijn in dit artikel en de artikelen acht en negen hierboven. De voldoende aanwezigheid speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage. In het geval een kind problematisch (ongewettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders Indien het kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.
§3 Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorgbeleid. De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.
§4 Nederlands is de onderwijstaal van de school
Ouders moedigen hun kinderen aan om Nederlands te leren.
Hoofdstuk 21 Therapeuten op school
Artikel 43
De niet-schoolgebonden hulpverlening in het kader van revalidatie dient bij voorkeur buiten de school en de gewone lestijden te gebeuren. Indien dit onmogelijk blijkt, kan een behandeling op school door het Schepencollege toegestaan worden onder de volgende voorwaarden :
met revalidatie worden therapeutische behandelingen bedoeld die tijdens de lestijden aan leerlingen verstrekt worden en die worden uitgevoerd door hulpverleners die NIET aan de school verbonden zijn, maar hiertoe door de wet zijn gemachtigd;
de juiste planning van de revalidatietussenkomsten dient te gebeuren in samenspraak met de school en kunnen enkel door de ouders of de voogd van de leerling worden aangevraagd. Zij richten hiervoor een schriftelijk verzoek naar de directie van de school. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van een verslag, opgesteld door een dokter, een erkend revalidatiecentrum, een CLB, een dienst voor studie- en beroepsoriëntering of een dienst voor geestelijk gezondheidszorg. Dit verslag omschrijft de moeilijkheden en bepaalt de aard en de frequentie van de voorziene revalidatietussenkomsten. Het geeft ook het dagelijks en/of wekelijks ritme op en de voorziene duur van de behandelingen;
er wordt gestreefd om de behandeling tijdens de middag of na de lestijden te laten doorgaan, een kind kan maximaal 2 lestijden per week (2x 50 minuten) tijdens de gewone lestijden behandeld worden;
de directie van de school stelt het schoolbestuur schriftelijk op de hoogte van de revalidatietussenkomsten. De therapeut, vrij gekozen door de ouders of de voogd van de leerling, sluit voor de duur van de behandeling een contract af met het schoolbestuur;
vermits deze behandelingen niet georganiseerd worden door de school, zijn deze niet gratis en dienen door de ouders of de voogd hierover de nodige afspraken met de afzonderlijke therapeuten of hulpverleners gemaakt te worden.
Hoofdstuk 22 Slotbepaling
Artikel 44
Meer specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in de afsprakennota van de school.
De afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement

